Lokaal

Belgica II keert terug naar zee in 2026 na akkoord met Frankrijk

Geschil opgelost: Belgica II vaart weer uit

Na maanden van stilstand komt er eindelijk beweging in het dossier van de Belgica II. De Belgische staat en de Franse rederij Genavir bereikten, onder leiding van minister Vanessa Matz (Wetenschapsbeleid) en met steun van defensieminister Theo Francken, een akkoord dat het wetenschappelijk onderzoeksschip opnieuw operationeel maakt. Het schip ligt sinds maart 2024 aan de kade wegens een juridisch en sociaal geschil over de bemanning.

Dankzij dit akkoord kan de Belgica II in het voorjaar van 2026 opnieuw uitvaren. De hervatting van de missies betekent niet alleen een heropleving van het Belgische oceanografisch onderzoek, maar ook extra kansen voor de maritieme sector, de wetenschap en het onderwijs. Het schip zal voortaan ook dienen als opleidingsplatform voor de marine.

Sterkere samenwerking tussen wetenschap en defensie

De Belgica II is met haar 400 vierkante meter aan laboratoria en ultramoderne apparatuur een van de meest geavanceerde onderzoeksschepen van Europa. Ze kan tot 28 wetenschappers aan boord nemen en 30 dagen onafgebroken varen, tot ver voorbij de Noordzee.

De heringebruikname van het schip past in een bredere strategie waarbij wetenschap en defensie nauwer samenwerken. Minister Francken benadrukt dat het vaartuig voortaan ook zal worden ingezet voor de vorming van toekomstige matrozen en scheepsofficieren. “Onze jonge officieren krijgen de kans om te trainen aan boord van een technologisch hoogstaand schip. Zo bouwen we aan een sterke en innovatieve marine,” zei hij.

Ook Kamerlid Maaike De Vreese (Brugge) reageert positief: “De Belgica II behoort tot de wereldtop. Ze versterkt tegelijk onze wetenschappelijke slagkracht én onze maritieme veiligheid in een gespannen geopolitieke context.”

240 vaardagen per jaar

Na onderhoudswerken in de winter van 2025-2026 zal het schip tot 240 dagen per jaar kunnen varen — een aanzienlijke stijging tegenover de periode vóór de stillegging. België krijgt daarmee meer mogelijkheden om langere onderzoeksopdrachten uit te voeren en zijn maritieme aanwezigheid te versterken.

Minister Matz ziet in het akkoord meer dan een technische oplossing: “Dit is uitstekend nieuws voor de geloofwaardigheid van België op zee. Het toont dat onze wetenschappelijke instellingen en Defensie samen vooruit kunnen kijken.”

Wie het schip ooit wil bezoeken of de volgende missie wil volgen, zal via het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen meer informatie kunnen vinden zodra de planning bekend is.